Tandenborstels

(soms schrijf ik)

Ja, zo! Dat is beter. Dat is toch al een beetje fatsoenlijker nu.

Een regeltje dat telkens herhaald wordt wanneer ik mijn tanden poets.

Ik woon op kot samen met twee welwillende, vrolijke dames.
In onze badkamer staan 6 tandenborstels in een bekertje tussen de spiegels. Misschien verzamelt meisje X ze. Meisje Y doet zoiets niet. Ben ik zeker van.
Ik ben er echter minder zeker van of er wel één tandenborstel van haar is.

Waarom zou iemand in godsnaam twee roze, een rode, oranje en appelblauwzeegroene tandenborstel nodig hebben? Ik heb een gele. Dat was vroeger mijn lievelings- kleur. Al ben ik daar nu niet meer zo van overtuigd. Het toilet is wel uitzonderlijk proper, het is misschien dankzij een tip van tante Kaat.

Of passeren er hier wilde avonturen voor mijn neus, waar ik geen deel van ben? Of is er een voor elke dag, afwisseling voor de tanden.
Ik haat verandering. Het is altijd een hele klus om mijn tandenborstels tussen die hoop te steken, zonder dat de haren elkaar raken.
Geen enkele mag met de mijne in aanraking komen.

Toch ben ik blij dat hij er niet alleen voor staat.